WeerHistorie                                          -10-

De stormramp van augustus 1925 te Borculo



De bevriende weerliefhebber Johan Effing gaf mij toestemming de tekst die hij eerder maakte voor De Weerspiegel (het maandblad van de VWK) over de stormramp van 10 augustus 1925 te plaatsen op deze site. En in de categorie ' Historie' is deze bijzondere weergebeurtenis, met helaas nare gevolgen, toch wel op zijn plaats.  Het verhaal van Johan:

" Door mijn koninklijke onderscheiding te laten zien aan een oud collega in Oldenzaal die niet meer zo goed ter been is gebeude het volgende. Die oud collega was daar een groot deel van zijn leven lid geweest van de vrijwillige brandweer en er werd me na afloop van dit bezoekje gevraagd of ik ook belangstelling had voor een stapeltje oude kranten. Ik nam deze mee naar huis en toen ik ze later doorbladerde stond er tot mijn verbazing een hele beschrijving in over de Cycloon van Borculo op 10 augustus 1925. De redacteur van Dagblad Tubantia had er geen bezwaar tegen dIt artikel het op mijn website en in Weerspiegel te publiceren. Als je de bron er maar bij zet. Hoe dit weerverschijnsel in dit plaatsje in de Achterhoek heeft thuis heeft gehouden kunt u hier lezen. Ik heb aan de tekst niet zoveel veranderd. Hier kunnen we ook nog eens lezen wat er aan onze taal is veranderd in 80 jaar. 

Het is een stevig stuk tekst; hieronder enkele koppelingen om snel naar het desbetreffende stuk tekst te gaan

Hevige Cycloon teistert Oost - Nederland. 

De plaatsen Borculo, Langeboom, en Zeeland verwoest.Ontzettende tooneelen. Tien dooden. Honderden gewonden. 2000 dakloozen.Milioenen guldens schade.

Erger veel erger, dan zelfs de berichten van Dinsdagmorgen konden doen vermoeden, is de ramp geweest, welke Maandag avond door den geweldigen cycloon in ons land is veroorzaakt. De correspondent van het H,bld. Te Deventer, die naar de onheilsplaats te Borculo gegaan, seint: Toen het noodweer Maandag avond kwam opzetten over deze streek, heeft Borculo vermoedelijk den zwaarsten druk gekregen in een typhoon, die in luttele minuten het stadje tot een puinhoop maakte en geen huis ongerept liet. De beide torens zijn omver geworpen en tot gruis geslagen, de huizen zijn omvergeworpen, een fabriek is verbrand. Het is, zoo als ons de burgemeester van dit nu ongelukkigste aller oorden, Jhr. De Muriat zei: „lk heb gezien hoe Lier in België er uit zag, toen het zevenmaal was gebombardeerd door de Duitschers. Maar dit is veel erger, veel erger”. Nog zeer onder den indruk van het ontzettent gebeuren waarvan wij de gevolgen zagen, zal het ons moeilijk vallen hier enig beeld te geven van het geen wij zagen. De werkelijkheid, de ruïne van Borculo laat zich niet beschrijven.

De puinhoopen.

De puinhoopen zijn enorm. Wij baanden ons een weg door wat eens straten waren. Daar liggen nu de binten en balken dooreen, halve daken krom gewrongen, ijzeren stuunpalen der elektrische en telefoonleidingen omgevallen; boomen, stukken huisraad, glas en wat niet al het zijn letterlijk de scherven van een verwoeste stad.Gelukkig, zoo zei ons de burgemeester die den geheelen nacht op het terrein bleef is de geest der bevolking voortreffelijk. Zij draagt gelaten haar leed. Een schrikkelijk feit moet de instorting der beide torens zijn geweest. De massieve toren der Hervormde Kerk is tot op de helft afgebroken en op de naast liggende huizen terecht gekomen. Ook de toren der Roomsche Kerk is afgebroken. De Hervormde Kerk is gedeeltelijk ingestort, de Katholieke Kerk zwaar gehavend. Uit het postkantoorgebouw greep de typhoon een stuk weg van de bovenverdieping 't nieuwe gebouw der spaarbank is bijna geheel ontredderd. De spoorweg is beschadigd; een trein word uit de rails gelicht eeuwenoude boomen braken af en verpletterden wat er onder stond een motorfiets lag op 200 meter afstand van de garage, waar ze was neergezet de garage zelf werd een puinhoop.

De Maasbode schreef.
Een beschrijving te geven van wat in Borculo thans is, is onmogelijk. Het is een grote ruïne. Als het plaatsje te midden van den grootsten wereldoorlog midden van de vuurlinie had gelegen,
wellicht dat dan de verwoesting zoo was geweest. Op enkele
details willen we hier nog wij hier nog wijzen. De R.K. heeft haar toren verloren en met de torenspits is ook een gedeelte van het muurwerk omlaag gestort. Hoewel de kerk van binnen nog niet dadelijk zoo troosteloos er uitziet, de gewelven zijn vol met grote gaten en scheuren. De meeste ramen zijn eruit gewaaid. Gisteravond heeft pastoor Kroot het ons Heer naar een veilig plaatsje van zijn overigens ook deerlijk gehavende pastorie overgebracht. Hedenmorgen heeft hij nog aan zijn zij altaren de H.Mis opgedragen maar later werd het kerkgebouw wegens gevaar voor instorting der gewelven gesloten.Van het dak van de pastorie is de eene helft verdwenen, onder het andere deel zijn nog enige beschutte kamers overgebleven. Op den zolder is een geweldige verwoesting aangericht. Kasten met altaarsieraden zijn uit elkaar gerukt en enkele honderden meters weggeslingerd. Ook de R.K. School heeft schade bekomen. Van het gymnastiek lokaal is weinig meer over. De woning van het hoofd der school is door een kastanje boom verpletterd. Erger nog is de Protestansche Kerk er aan toe. De kerk, een Romaans bouwwerk uit den tijd van voor den Hervorming is totaal verwoest. De toren is er geheel afgerukt het dak opgelicht en later neergeworpen. De muren met grote bressen alsof er voltreffende granaten waren ingeslagen. Wanneer men hier de verwoestingen aanschouwt, dan spreken de dikke zware muren welke eeuwen trotseerden van de ongekende verwoesting kracht van dat korte oogenblik dat hen uiteenrukte en toen neerplofte.

Alles is hier ellende en verwoesting waar men ook kijkt. De geweldige drukte van de zich nauwer wordende straatjes verdringende belangstellenden neemt eenigsins het afstotende er van af. Maar als men even de hoofdstraten verlaat en moeilijk zich een weg baant door de nauwe slopjes en steegjes naar buiten het gewoel ziet men eerst recht wat een ellende zich binnen deze ruines herbergt. We staan voor een plek waar een windstoot eenige arbeidshuisjes opzij heeft geduwd. Alles ligt vlak tegen de grond hier is niets meer te zien alleen een hond zit te janken voor zijn hok. In de nabijheid staat een lage stenen schuur, we treden er binnen en in het halfdonker zien we aan weerszijden in kisten en in der haast bijeen geraapte planken bedden goed gestapeld. In een duisteren hoek zitten eenige vrouwen en kinderen. Hier is een nacht asyl der daklozen. Overal waar men het stadje doorwandeld ontmoet mende delfde verwoesting. Het gemeentehuis, een echt stevig gebouw, heeft zich goed gehouden; toch is op een der hoeken een stuk bovengevel omlaag gestort, in de omliggende gracht, even buiten het stadje, komt men nog voor een plek, waar ons zoo sprekend de kracht van de cycloon wordt gedemonstreerd. Daar stond een sigarenfabriek van Gebr.van Dassen er voor een groote dubbele villa; zoo vertellen de omstanders, want wat overbleef duidt dit niet meer aan. De fabriek is door den bliksem getroffen en ligt nu in puin. Van de villa is de geheele verdieping er af geschoven en in brokken weggeslingerd in het rond. Zware ijzeren ledikanten werden opgenomen en over het dak heen geslingerd; ze liggen nu achter in den tuin. Vóór het huis zat een vrouw, met een doek om het hoofd, met wonder en schrammen in het gezicht. Een van schrik wezenloos gelaat. Met huilerige stem vertelde ze ons hoe zei niet wist wat er gebeurd was. Hoe ze ineens overduizeld was geworden hoe alles bewogen had, hoe ze uit een verdoving was bijgekomen, terwijl het razen van het noodweer als een demon over haar was heen getogen en hoe ze toen gevoeld had dat ze gewond was. Toen we uren later, dezelfde plaats passeerden zat ze daar nog steeds met dezelfde droevige wanhoop op haar gelaat. Maar dit was het begin. Over een veldpad naast een weg, die vroeger een mooi pepellaan was geweest maar nu een havelooze chaos van stammen, takken en bladen kwamen we in Borculo. Overal waarheen het oog richtte, grijnsde de verwoesting ons aan. Overal de ontzetting en verslagenheid. Het Berkelwater stroomde over de neergestorte populieren. De ijzeren leuning over de Berkel is verbogen en verdraaid. De leuning had de brug echter wel behoed voor vernieling door den val der neerkrakende boomen te breken. 

Tusschen wallen van om en op elkaar gestorte boomen en omgeworpen aarde bereikten we het gemeente huis. De Secretarie was ingericht als hospitaal. Gruwelijk verminkten werden verbonden. De dokters uit Borculo en omgeving waren ijverig en toch rustig bezig. Wellicht waren nog meerderen elders. Verplegend personeel en ziekenzusters en mannelijke rode kruis helpers hielpen. Er waren vooral veel kneuzingen arm en been breuken. Het droevigst schouwspel leverde de Hervormde kerk op. Dit oude Romaanse gebouw uit pl.m 1300 was tot een puinhoop vervallen. Onbeschrijfelijk woest was de aanblik. De toren lag in brokken ter aarde. Balken en puin lagen marshoog. In de toegangen tot het middenschip was één verwoesting. Het huis van den predikant was mee een der hevigst gehavenden. Niets was meer ongeschonden. Meubels waren naar buiten geslingerd, het dak was weggeworpen en muren gescheurd, de bovenverdieping was verdwenen en lag aan brokken her en der. Onbeschrijvelijk het ganze meubilair was geschonden zo niet vernietigd. Gordijnen hingen aan flarden naar buiten. In meer of mindere mate was dit alom. Talooze verhalen werden ons gedaan van gezinnen die rustig bij elkaar of voor de aankomende bui zich thuis beschuttende werden plotseling overvallen door plotselinge duisternis, terwijl meubels dooreen werden geworpen, stoelen, tafels, kachels, haarden van het eene vertrek in het andere werden geworpen als waren het houtblokjes. In het alles dovend geraas der vernieling en in het geloei van den storm hoorde men niet hoe het eigen huis instortte. Hoe op eigen erf de boomen kraakten, hoe het dak neersmakte. Sommigen wierpen zich op den grond, anderen vluchten naar buiten en wierpen zich plat ter aarde, anderen vluchten in den kelder. Alle huizen zijn beschadigd. Geen dak is heel. Geen ruit ongebarsten. Menschen zijn door ruiten heen geslingerd, deuren uit hun hengels, schuifdeuren uit hun richels gelicht en de vertrekken binnengeploft…. En te midden van dit alles, voor de verwoeste daklooze woningen, zitten de beroofden. Met stomheid, en lamheid geslagen. Wanhoop  radeloosheid ligt op hun gelaat. Het is vreselijk. Wij bezochten het gezin van Groters timmermans knecht.Toen zij wilden vluchten en zich wilden verbergen in een groot gat achter de wortels eener omgeslagen boom, werd hun twaalfjarig kind getroffen door een weggeslingerde balk in den hals en overstroomd door bloed viel het knaapje in vaders armen. De ouders waren zelf als neergesmakt. Naast de Roomse Kerk lag de toren. De R.K. pastorie was er schijnbaar vrij goed afgekomen. De kerk toonde inwendig scheuren. De gevel van een nieuw schoolgebouw was weggedrukt. Door de opengescheurde ramen zag men op de verdiepingen hoe de muren helden en hoe de meubels dooreen lagen. De tuinen waren onzegbaar gehavend, alsof alles uitgerukt en op hopen was gesmeten. De Roode Kruis auto’s uit Arnhem, Deventer en Zwolle reden af en aan. In ledikanten werden de gekwetsen verdragen over de straat tusschen de puinhopen door. Menschen zaten te schreien aan den weg. Beddegoed huisraad lag her en der verspreid. Het was opgenomen door den storm die de muren van de huizen scheurde of wegsloeg het was weggewaaid. Een motor was tweehonderd meter weg geslagen. Prachtige eeuwenoude kastanje boomen uit den tuin van jhr. Muriat waren verbroken als lucifers stokjes en versplinterd. Boomen waren op daken gevallen en hadden wat gespaard bleef verbrijzeld. De genie soldaten uit Utrecht en Amersfoort werkten vlug en rustig aan den ontruiming. Boerderijen waren platgeslagen, vee was vermorzeld. Nimmer heeft in Nederland zoo een plaats als op 10 augustus 1925 in het rampzalige Borculo is geschied.

De slachtoffers:
Het zijn de 30 jarige slagers knecht Nijenhuis, het 9 jarig zoontje van den timmerman Grooters, de 60-jarige schilder G. Gusthoven, terwijl de naam van het vierde slachtoffer nog onbekend is. Het aantal gewonden, onder wie velen gekwetst zijn, loopt in de 200. Een deel van hen wordt in enkele nog gedeeltelijk gespaard gebleven gebouwen in de gemeente verpleegd, terwijl velen naar elders zijn vervoerd. De doktoren Ten Dokkel Huinink en Plantenga hebben het gemeentehuis tot ambulance ingericht, terwijl voorts medici uit Zutphen en Barchem, alsmede de hoofd verpleegster uit het oude en nieuwe gasthuis te Zutphen de eerste geneeskundige hulp verleenden. Het grootste gedeelte van de bevolking heeft de tegenwoordigheid van geest gehad onmiddellijk de huizen te verlaten. Daaraan is het te danken, dat de ontzettende ramp zo betrekkelijk weinig slachtoffers geéist heeft.

Het verhaal van den ramp.
Omtrend hetgeen wat precies geschied is vernamen wij, dat even voor 7 uur een angstwekkende stilte intrad, terwijl de wolken zich in loodzwart kleurden. Het was drukkend zwoel en het werd geheel donker. In het westen van de stad je stak plotseling een hevigen wervel wind op, die voortduren in hevigheid toenam. Een vreselijk wind gehuil en geloei zoals men nog nimmer gehoord had, steeg op, onmiddellijk gevolgd door een ontzettend gekraak en verdoovend lawaai van instortend gesteente, vallende dakpannen en neerslaande boomen. De typhoon verspreidde zich door de nauwe hoofdstraat alles met zich meeslepend en wegvagend in oostelijke richting. Toen men reeds in het westelijke gedeelte van de plaats alleen nog in de stromende neergutsende regen en hagel hoorde, vernam men nog steeds in de verte het loeien van den orkaan in het overige gedeelte van Borculo. Toen wij, ik met een kind van een jaar op den arm en een vrouw met een vierjarig meisje aan den hand uit ons huis vluchtten vertelde ons een bewoner van het voormalige Borculo zagen wij reeds den geheelen kerktoren in balken en splinters op den grond liggen, terwijl dakpannen en steenen van instortende huizen ons om den ooren vlogen; alles moet zich in enkele seconden hebben afgespleeld. Vele inwoners zijn door den schrik bevangen; zij antwoordden wezenloos op de gestelde vragen, vertellen alleen dat de straten reeds bezaaid waren met puin en pannen toen zij hun woning ontvluchten.

Angstige ogenblikken in een trein.
Een der passagiers, heeft “Het Vaderland” het volgende meedegedeeld: Trein 6.38 uit naar Borculo moest vertrekken is even voorbij Haarlo ontspoord. Door den plotseling opkomenden storm, die zich tot een orkaan ontwikkelde stoomde de trein langzaam op. Plotseling sloeg de Bliksem in een zwaren eik langs de lijn. Deze viel vlak voor den locomotief neer, waardoor den locomotief ontspoorde. Een geluk was, dat de trein, die onmogelijk tegen den orkaan op kon komen, slechts langzaam reed. De locomotief viel om, de stoker sprong er tijdig af. De machinist kon dit echter niet meer. Hij kon door een ruit in te slaan ongedeerd uit de machine komen. Een personen rijtuig derde klas, dat vlak achter de locomotief was, kantelde, doch bleef hangen. Van het rijtuig 2e klas werd het voor balkon ingedrukt. Het noodweer was om dien tijd ontzettend. Zware donderslagen en bliksemflitsen volgden elkaar angstwekkend snel op. Het werd aardedonker. Gelukkig waren er hier niet veel mensschen in den trein. Niemand werd gekwetst of gedood. Het personeel van den trein kwam onmiddellijk een onderzoek daar naar instellen. Het noodweer hield aan, doch wij begrepen in onzen angst, dat de vliegende storm het onweer spoedig uiteengejaagd zou hebben. Dit gebeurde gelukkig. Met 5 minuten klaarde het weer iets op. We moesten den trein uit en te voet langs de baan naar Borculo zien te komen. Bij Haarlo zagen wij zware en minder zware boomen te halverwege afgeknapt. Honderden boomen zijn gevallen of ontworteld. Doch dit is niet het ergste. Langs de spoorlijn zagen we dat boerderij op boerderij beschadigd was, en al klimmend over hekken en over gevallen boomen en omgevallen telefoon en telegraaf palen langs de lijn Borculo naderend, zagen wij dat het vreselijk was, zooals de orkaan en de bliksem had huisgehouden. Het seinwachtershuis was geheel van zijn betonnen vloer geslagen. De seinwachter en zijn vrouw hadden zich gered door plat op den vloer te gaan liggen. Slechts de kolenbak was blijven staan. Te Borculo komend heerste daar grote ontsteltenis, allermeest onder de reizigers die op onzen trein stonden te wachten. De bovenverdieping was van het station afgeslagen.
Beneden gelijkvloers was alles door elkaar gegooid, lessenaars dooreen, enz. Het bleek een vreselijke toestand te zijn. De op den trein wachtende passagiers hadden verschrikkelijke ogenblikken beleefd. Een paar wagons waren die op dood spoor stonden, waren door den wind op een der stootblokken gegooid.

De verwoesting van en om het Leogesticht.
Ook het Leogesticht heeft veel geleden in Borculo. De pannen liggen er grotendeels af, terwijl een muur naar binnen is ingestort, terwijl tallooze ruimten vernield zijn. Een nabij gelegen boerderij ligt geheel voor den grond. Het hooi (40 voer) is door den storm opgenomen en rondgespreid. De wagen schuur is voor 2/3 vernield. Vele landbouw machines zijn onder het puin bedolven. Een kleinere schuur is tot een ruïne gemaakt. Het mooie grote beukenbos ligt totaal aan den grond. Van een 30-tal zware beuken staan er nog vijf of zes. Het schoolgebouw is ontzettend gehavend. Onder de kippen en eenden stapel is een slachting aangericht. Gelukkig hadden geen persoonlijke ongelukken plaats. Alleen een jongen is door een ruit geworpen. De verwoesting voor het gesticht op f 80 á f 100 000 geschat. Op verzoek van den rector van het Leogesticht den Wel. Eerw. Kempers (van Oldenzaal) stellen wij ons gaarne voor de in ontvangstneming van liefdegaven voor het zoo zwaar getroffen opvoedingsgesticht.

Bezoek H. M. De Koningin en H.K.H. De Prinses.
Woensdagmorgen 10 uur zijn de H.M. De Koningin en H.K.H. De Prinses te Borculo gearriveerd, om de rampin ogenschouw te nemen. Ze werden op het stadhuis door wethouder Ten Velthuis ontvangen. De Koningin liet zich over alles inlichten en maakte vervolgens een wandeling door het stadje. De aanblik der verwoesting maakte op H.M. naar Zij aan Haar omgeving duidelijk verklaarde, een ontzettenden indruk. Zij bezocht met de Prinses de ouders van het slachtoffer , den twaalfjarigen j.Grooten. De vrouw en de dochter van het slachtoffer Gusthoven liet Zij op het stadhuis bij Zich komen. Aan allen schonk Zij Haar Koninklijk troostwoord. Te 11 uur vertrok H. M. met de auto naar het station Lochem. Vooraf had H.M. aan de ziekenhuizen te Deventer, waar de gewonden van Borculo verpleegd worden.

Borculo overdag gesloten.
Daar tijdens de opruimingwerkzaamheden, waarmede door de genie soldaten begonnen is het instortings gevaar vergroot is, is Borculo niet meer toegankelijk voor vreemdelingen. Alleen inwoners en familie leden hebben doorgang. De s’avonds om 5 uur wordt de afzetting opgeheven, evenals des Zondags.

Nadere berichten uit Twente.

Uit Oldenzaal.

Op honderd tal huizen en andere gebouwen was men Dinsdag morgen bezig, de schade door den storm veroorzaakt enigsins te herstellen. Zielig was het te zien dat van zovele arbeiders woningen heele of halve daken waren afgerukt. De storm heeft aan de noord en zuid zijde van de stad het ergst gewoed. De vernieling aan de bomen is overal wel het ergst. Nabij de Bleekstraat alhier is een rij van 46 wilgen boomen geheel ontworteld en tegen den grond gelegd. Op en nabij het landgoed Kulheupink zijn de mooiste bomen verbrijzeld of ontworteld. Maar het ergst zijn de lanen en omgeving tusschen Oldenzaal en de Lutte geteisterd. Daar liggen honderdtallen forsche bomen tegen den grond of zijn afgebroken, versplinterd of ontworteld. De Rijksweg Oldenzaal-De Lutte was zoowel voor rijtuigen en auto's also voor voetgangers door neergestorte boomen geheel  versperd. Op het erve Haarman in de Lutte werd een man door den cycloon opgenomen en enige tientallen meters verder neergeworpen. Geruimen tijd bleef  hij daar bewusteloos' liggen, Op het R. K. Kerkhof aan de Hengelosche straatweg zijn tal van steenen kruizen en grafmonumenten omvergeworpen of vernield. Ta1  van gevallen van blikseminslag werden gerapporteerd, wat bij onderzoek niets anders bleek te zijn dan stormschade. De ontzettende kracht, waarmede  dak gedeelten werden afgerukt of gevels werden vernield, deden een inslaan van den bliksem vermoeden.

Uit Lonneker.

Het noodweer van Woendagavond heeft ook hier enorme schade aangericht. In heel  Twekkelo, Driene en Boekelo zijn de landwegen nog versperd door omgewaaide boomen, waaronder meer dan honderdjarige eiken, die links en rechts over den weg liggen. Op sommige plaatsen zagen wij heele stukken van het dak door vallende boomen weggeslagen. Heele bosschen zijn vernield. Van tal van boerenbehuizingen en de bijbehoorende schuren waren meer dan de helft van de pannen er of gewaaid.  Bij een landbouwer kon men met drie wagenvrachten nog niet geheel dekken. Overal is men thans bezig de versperring wederom op te ruimen, en komt weer zoo echt in toepassing de onderlinge hulp, gevolg van goede nabuurschap. Toch zal het nog wel een tijd duren, voordat men weer eenigszins de sporen van deze verwoesting te boven komt. Wel moet die storm geweldig zijn geweest die boomen; uit den  grond rukt, waarvan do wortelomvang diepe en wijde gaten in den grond achterlaten. Op den Hengeloschen weg zijn veel meer dan 150 boomen omgewaaid. Vooral in den omtrek van den Broeierd is het een ruïne. Het dak van het oude tolhuis werd door een neervallenden boom geheel vernield. De bewoners waren letterlijk aan de  woede der elementen prijs gegeven. Trouwens overal waar, men onder een min of meer afgewaaid, pannendak heeft de geweldige  plassen regen schade aangericht. In sommige huizen stond met tot de enkels in het water. Te Boekelo werd de houten noodschool het onderste boven geworpen. Van den windmolen te Lonneker helt de geheele kap over en maakt alzoo een droevig figuur. Met 60 a 70 man is men in de nacht van maandag op Dinsdag werkzaam geweest om, in elk geval de hoofdwegen weer vrij te krijgen. Lonneker heeft, zoo al niet het ergst, zijn deel wel meegekregen.

Uit Losser.

Het onweer, het welk over een gedeelte van Twente heeft gewoed, heeft alhier ook nog al aardig huis gehouden. Verschillende boomen en dakpannen moesten het ontgelden, terwijl bij den landbouwer E. nog een koe in de weide werd dood geslagen. Natuurlijk zat men ook weer zonder electrisch licht en kracht het welk pas was hersteld.

Uit Hengelo.

In het vorig nummer hebben we een kort bericht gegeven van de orkaan welke onze plaats geteisterd heeft, thans kunnen we hieraan nog het volgende toevoegen: Toen we Dinsdag voornemens waren een en ander in oogenschouw te nemen, wisten we eigenlijk  zelf niet waar aan te vangen. Na kort beraad zijn we begonnen aan de Achterhoeksche Molenweg waar over een lengte van nog geen halve, kilometer meer dan 25 zware eiken boomen zijn weggevaagd. Enkele huizen aan dezen weg zijn van den val der zware boomen de  dupe geworden, de daken zijn totaal vernield, terwijl van sommige alle ruiten vernield zijn. Aan de aangrenzende Barkweg, Boukweg  Hazelaarweg zijn vele huizen van hun pannen ontdaan, zelfs bij R. aan den Haazelaarweg een gedeelte van het dak weggeslingerd en bij K. aan den Benknee is de bliksem ingeslagen zonder echter brand te veroorzaken. De Bornsche straat verging het niet beter, ook daar zijn vale zware eiken boomen afgeknapt of ontworteld en hebben aan verschillende, huizen enorme schade toegebracht en ontelbare huizen van hun pannen beroofd. De noodwoningen van de Heermaf zijn zwaar geteisterd zoodat ze gedeeltelijk onbewoonbaar zijn, terwijl de koeltoren van de vroegere elektrische Centrale omgewaaid is. Op het tuindorp zijn verschillende zware boomen ontworteld doch zijn de huizen vrijwel gespaard gebleven. Bij het erve Geerdink nabij de Nijjverheid zijn echter in een heel klein bestek wederom ontelbare boomen afgeknapt als riethalmen. In Oele en Breedermorsch onder de gemeente Hengelo heeft de storm eveneens vreeselijk huisgehouden. Een nieuw gebouwd huis, bewoond door Spenkelink, is de voorgevel geheel ingestort en alle pannen verbrijzeld. Het geheel biedt een troosteloos aanzien. De rukwind kwam zoo geweldig aan dat de bewoners op handen en voeten naar buiten zijn geklommen. Van het daar nabij liggend boerenhuis H. is eveneens de zijgevel geheel ingestort en het dak grootendeels van pannen beroofd. Ook in die buurt zijn vele boomen omgewaaid. Aan de Haakbergerstraat is ter H. wiens huis geheel met boomen omgeven was, in een oogenblik hiervan ontdaan. Ook aan de Meyersweg is het huis van T. een geheel stuk van gevel en kap weggevaagd. Bij de fabriek Insulinde is de fabrieks schoorsteen over een lengte van plm. 20 meter afgeknapt en dwars over de straat gevallen. Ook de schootsteen van de Henge lose Melkinrichting is vernield, terwijl ook de koeltoren van Gebr. Stork & Co. het moest ontgelden. Het huis,, bewoond door van H. aan de watertorenlaan is geheel van pannen beroofd en de voorgevel ingedrukt. De treurigste aanblik biedt echter de Enschedesche straatweg. Deze boomenrijke straatweg is zoo danig geteisterd, dat men langen tijd noodig zal zijn de ruïne op te ruimen. Naar schatting zijn meer dan 100 boomen omgewaaid waarvan zeer velen dwars over de aangrenzende huizen zijn terecht gekomen en waarvan de daken geheel stuk zijn. Aan deze straatweg ligt de houtzagerij van de firma Wesselink. Daarvan zijn van alle houtloodsen de overkappingen weggeslingerd tot aan de overzijde van de straatweg, zelfs op meer dan 100 M. afstand terwijl geheele stukken op naburige huizen terecht zijn gekomen. Het geheel biedt een droevigen aanblik. Aan de Oldenzaalsestraat in het woonwagenkamp een slachtoffer geeist. Een der kinderen, een meisje geraakte onder de wagen en bleef op de plaats dood terwijl een ander kind ernstig gewond werd. Ook aan de Javastraat  is een woonwagen omgewaaid waarbij een kind brandwonden bekwam door een omvallen brandend fornuis. Ze is in het ziekenhuis opgenomen. Aan den Castorweg en Deurnigerweg heeft de storm eveneens belangerijke schade aangericht. Het huis van M.aan de Castorweg is totaal verwoest zodat de bewoners een goed heenkomen moesten zoeken. Ook aan de Deurningerstraat is het huis van H. geheel van dak gevel en beroofd. Daarmede was de rondgang om de gemeente beëindigd. Het gegevene is natuurlijk is natuurlijk zeer onvolledig, want alles na te gaan is geheel onmogelijk, bv, op het station zijn verschillende wagons voortgeduwd. In de Beursstraat is een bomenlaan totaal vernietigd, aan de Berfeloweg zijn eveneens vele huizen ernstig beschadigd en zo zouden we voort kunnen gaan. Honderden huizen en ontelbare pannen en ruiten vernield zijn. Boomen en takken liggen op sommige plaatsen gezaaid over den weg. Dat de fruit bomen geheel van hun fruit ontdaan zijn laat zich begrijpen. Het electrisch net was over den gehelen gemeente totaal vernield. ’t Lijkt ongelovelijk dat hier op verschillende plaatsen dinsdagmorgen briefjes en kwitanties zijn gevonden enz. van de zuivelfabriek van Borculo. Zelfs ouden van dagen herinneren zich zulk noodweer niet. Overal is men thans bezig ontwortelde bomen en takken op te ruimen.

Uit Weerselo.

Het noodweer, dat Maandagavond woedde, heeft in het zuidelijk en oostelijk deel omen gemeente zijn sporen achtergelaten. Talloos vele bomen, zoowel jeugdige als van eerbiedwaardigen leeftijd vielen aan den storm ten prooi, werden omvergeblazen als gold het een stroohalm of knapten onder 't geloei en geraas der elementen af alsof het luciferhoutjes waren. Persoonlijke ongelukken kwamen gelukkig niet voor. Het hemelvuur sloeg op verschillende plaatsen in, doch zonder brand te veroorzaken. Toen de cycloon voorbij was, gaf de ontredderde natuur een treurigen aanblik. In de buurt van Klein Driene, Helsselo, Deurningen en Rossum waren de wegen als bezaaid met bladgroen en takken. De grootste schade schijnt aangericht te zijn in de omgeving van een denkbeeldige lijn, getrokken tusschen Hengelo en Oldenzaal. Geen hoekje werd wend daar voor de verwoesting gespaard. De weg Weerselo Hengelo was voor het verkeer afgesloten, omdat ta1 van zware boomen er dwarsover gevallen waren. Eveneens was zulks het geval met den straatweg Hengelo-Oldenzaal. Vele daken waren door den val van de woudreuzen totaal vernield. Andere daken werden van de behuizingen losgescheurd en tientallen meters verder neergesmakt  tewijl van vele woningen alle pannen verdwenen zijn. Ouden van dagen beweren een dergelijk spel der elementen nog nooit te hebben meegemaakt.

Nog meldt men ons:

Ook onze gemeente had van het noodweer van Maandagavond te lijden. Onmiddellijk na den orkaan vertrok de burgemeester met den gemeente secretaris op inspectie zijner gemeente, om zoo nodig hulp te bieden. In Hasselo kon de auto met verder, daar zeven zware boomen dwars over den weg lagen. Met behulp van der gemeente politie en den provincialer wegwerker,
werkten bewoners al daar zoodanig, dat omstreeks elf uur denzelfden avond de versperring reeds was opgeheven.
Over een sintelweg werd de straatweg Oldenzaal-Hengelo bereikt, waar de passage voor voertuigen, alhoewel moeilijk, toch kon plaats vinden. Enkele huizen hadden veel te lijden gehad van neervellende boomen, doch ongelukken kwamen niet voor. Rossum, Volthe en Lemselo met Saasveld hadden het minst te lijden gehad.

Uit Ambt Delden.

In aansluiting bij het vorige bericht kan nog worden meegedeeld, dat de storm maandagavond vooral in de buurtschap Hengelvelde en het aangrenzende Boekelo gemeente Haaksbergen, vreeselijk heeft huisgehouden. Een beschrijving te geven van de aangerichte schade zou te omslachtig worden. Dat honderden boomen werden ontworteld en afgeknakt en duizenden pannen zijn vernield, wordt niet meer geteld, als men ziet hoe sommige huizen bijna geheel tegen den grond liggen. Een wervelwind heeft zich hier en daar een weg gebaand, vernielend alles wat in den weg stond. De boomen liggen niet naar windrichting maar links en rechts door elkaar en verscheiden dikke stammen zijn op manshoogte boven den grond afgedraaid. Bij den landbouwer H. Konink werd een nieuwe voormuur met schoorsteen tegen den grond gesmakt.Het kapwerk van de woningen van J. Belle en Broshuis werd grootendeels afgerukt en bij A. Brummelhuis (Stegenhoek) liggen huis en schuur gesloopt. Ook bij J. Brummelhuis en H. Pierik (Bentelo) werd het kapwerk weggeslingerd. De vreeselijkste ruïne troffen we aan op het erve „Het Hag", Daar zijn niet alleen huis, schuur en overige gebouwen vernield, maar ook de huismeubelen en landbouw gereedschappen verpletterd onder de puin hoopen.

De dikke boom te Oele verdwenen.

Ten slotte kunnen we nog vermelden dat alom in Twenthe bekende dikke boom in Oele thans verdwenen is. Ze is geheel van haar kroon beroofd. Deze boomstam heeft een omtrek van ruim 7 meter.

In Saasveld ook sporen van de Borculosche ramp.

Men schrijft ons uit Saasveld, dat den dag na den storm een belastingbiljet van de Herv. Kerk dienstjaar 1909 aldaar is gevonden bij de Wed. Hanknink te Saasveld. De aanslag is f 8.58 wagens kosten aan de kerk gemaakt. Het biljet is geteekend Greet.

Meer Informatie

Bron: Twentsche Courant vrijdag 14 augustus 1925.

Bewerkt, Johan Effing en Stefan Jak

Heeft u ook historische beelden van deze bijzonder gebeurtenis? Stuur ze naar De Weerfortograaf, dan wordt dit verhaal nog sprekender!

Meer info over deze bijzondere dag via deze link   


Terug naar het Archief voor meer foto's

 
© Auteur: 
Twentsche Courant vrijdag 14 augustus 1925.

© Foto's : Johan Effing

Laatste wijziging 05-11-2005